Geschreven door Stefan de Gruiter

Vervoer in Nigeria…. (met excuses aan België)

Laat ik beginnen met mijn excuses aan te bieden aan België. Jarenlang heb ik de Belgische wegen vervloekt en heb ik  beweerd dat ze in België de slechtste wegen ter wereld hebben. Naar het blijkt zat ik er al die tijd verschrikkelijk naast: België heeft prachtige wegen, kilometers prachtig asfalt met hier en daar een hobbeltje of een kuiltje, maar die vallen eigenlijk niet eens meer op. België heeft een geweldig wegennet en ook de weg bewijzering is uitstekend! Dat er soms een aanwijzing na het kruispunt staat neem ik voortaan voor lief. Daarom bij deze: België, sorry voor het belachelijk maken van uw prachtige, uitgebreide, asfaltgladde en gedetailleerde wegennet!

Voor iedereen die nu denkt “huh, is ie gek geworden daar in Nigeria?”, de uitleg:

In Nigeria maken wij op een aantal verschillenden manieren deel uit van het verkeer. Vaak met succes en zonder problemen, maar soms kan het ook even tegen vallen.

De ESSPIN manier (heeft geen invloed op mijn België denken)

Iedere  ochtend worden wij netjes opgehaald en na het werk worden we ook weer veilig door de driver voor de deur afgezet. Ook het vervoer van het ene kantoor naar het andere kantoor, of naar een schoolbezoek, wordt verzorgd en we hoeven dan ook alleen maar in te stappen en de driver slalomt ons tussen de chaos door naar de plaats van bestemming. Soms, als we voor ESSPIN naar een andere staat moeten gaan, worden er zelfs vliegtickets geregeld. Goede deal zou ik zeggen.

De VSO’er in het weekend manier (heeft ook geen invloed op mijn België denken)

In het weekend hebben wij geen beschikking over een auto met driver en dat is helemaal niet erg. Eigenlijk vinden we het  wel lekker om even een “gewone burger” te zijn en op deze momenten maken wij, net als alle andere mensen, gebruik van taxi’s, tuktuk’s en okada’s (motortaxi’s). Voor 50 naira, zo’n 25 eurocent, heb je een plekje in een shared taxi (die je deelt met 4 man op de achterbank en 2 personen voorin naast de bestuurder). Deze rijdt een vaste route en als je in de buurt van je bestemming bent, stap je uit. Tuktuk is hetzelfde principe, maar die kan zich wat makkelijker door het verkeer wringen. Voor hetzelfde bedrag of iets meer (ligt er aan hoe ver je moet) heb je ook een plaatsje achterop de okada en die zet je precies af waar je wezen moet. Ook geen probleem allemaal. Het zijn korte stukjes en het is eigenlijk best leuk om op deze manier door de stad te reizen.

Bij Stefan achterop de okada, de motor/ brommer model opgevoerde zundap (weinig invloed op mijn België denken)

Dit is nog een relatief nieuwe manier van vervoer voor ons, maar het begint wel te wennen. Het enige probleem is dat ik pas sinds kort een nummerplaat en rijbewijs heb gekocht. De reden dat het een probleem was, is de Road Safety Police. Deze soort van opgewaardeerde stadswachten controleren op het dragen van de gordels in de auto en het dragen van een helm op de okada en het hebben van een nummerplaat en de juiste papieren. Je raadt het al…. Natuurlijk zijn deze twee witte mensen op een superrustige zondagmorgen even snel op de motor, zonder nummerplaat/ rijbewijs boodschappen gaan doen en… aangehouden door Road Safety. Dat het allemaal echt niet kon, ondertussen voorbijgesjeesd door 10 okada’s zonder nummerplaat, en dat ze dus mijn okada in beslag moesten nemen. Nou, dat was toch niet zo'n goed plan. Misschien als ze de sleutel terug zouden geven dan zouden we verder lopen. Nee, in beslag nemen en morgen de boete betalen was toch echt de enige mogelijkheid. Ook dat vonden wij niet zo’n goed plan want ja, VSO’ers hebben nu eenmaal niet zoveel geld en we doen toch echt een hoop goeds voor Nigeria tijdens onze placement. Misschien was er nu toch wel een mogelijkheid om het op een andere manier te regelen… Als we nou het geld direct aan de Road Safety Officer zouden geven, dan zou hij op het kantoor de boete betalen. Zou ons toch weer een hoop gezeur en gedoe schelen en dat wilde hij ons, als blanke medemens, toch ook weer niet aan doen. Moesten we wel even aan de andere kant van de auto het geld overhandigen, want anders konden andere mensen het zien…. 2000 Naira (10 euro) lichter, maar met okada liepen we naar het einde van de weg om om de hoek weer te starten en verder te rijden…. Nigeria…. (Inmiddels wel al een nummerplaat, papieren en rijbewijs gekocht hoor.)

De VSO’er op reis manier (België is geweldig!)

Hier beschreven de ware reden waarom ik mijn nederige excuses aan België aanbiedt.

Als VSO’er wil je natuurlijk ook wel wat van het land van je placement zien en als het even kan ook gelijk afspreken met mede VSO’ers om samen het één en ander te ondernemen. Zoals je eerder al hebt kunnen lezen zijn we in de kerstvakantie naar Lagos, Calabar, Obudu en Afi geweest en hebben we dus aardig wat kilometers afgelegd. Op de plaatsen waar we waren was het geweldig, fantastisch en erg gezellig, maar ik zal hier een kleine impressie geven van hoe de reis is verlopen.

Tijdens onze trip hebben we een flink aantal kilometers gemaakt. Alles bij elkaar (Ilorin- Lagos 293 km, Lagos- Calabar 754 km, Calabar- Obudu 364 km, Obudu- Afi 116 km, Afi- Calabar 289 km, Calabar- Lagos 754, Lagos- Ilorin 293 km) hebben we er 2863 kilometers op zitten. Tellen we er nog een aantal kilometers bij op in verband met het zigzaggen tussen de kuilen door, het omrijden in verband met drukke/ kapotte wegen en het manoeuvreren  tussen het andere verkeer door, komen we makkelijk aan de 3000 kilometer. In totaal hebben we er  65 uur over gedaan,  een gemiddelde van nog geen 50 km per uur. Op zich niet zo’n probleem, maar als je uren, zonder airco (40 graden), met z’n allen als sardientjes op elkaar zit geplakt, valt het toch wel even tegen.

Het begin viel eigenlijk best wel mee.  300 kilometer met  drie man achterin een MPV,  warm en plakkerig, maar oké. De weg naar Lagos is wat we hier tegenwoordig noemen “goed te doen- weg”.  Af en toe moet je van de weg af, omdat de weg op houdt bijvoorbeeld, of omdat er gaten zo groot als een babybadje in de weg zitten, maar over het algemeen “goed te doen”.

 

Het tweede deel werd al een stukje minder. Iets minder dan 800 kilometer over wegen die we hier tegenwoordig noemen “sommige stukken zijn goed te doen- weg”. Dat zegt eigenlijk al genoeg: sommige stukken zijn goed te doen. Maar de meeste stukken niet…. Door een optelsom van de dag na kerst vertrekken (samen met de rest van Nigeria), gaten zo groot als een badkuip, hobbels zo groot als een bankstel, een gammele bus zonder airco waarvan de buschauffeur haast heeft (maar de rest van de weggebruikers niet) en het bagageruim dat niet goed op slot kon,  was het reizen best een klein avontuur op zich. In de bus zelf was er wel voor entertainment gezorgd. De reis begon met een gezamenlijk gebed van ongeveer drie kwartier, afgewisseld met liederen en het vriendelijke verzoek aan onze lieve heer om de bus op de weg te houden en ons veilig op plaats van bestemming te krijgen (wij vonden dat je dat eigenlijk beter aan de buschauffeur kon vragen maarja…) .  Na het uitgebreide ochtendgebed, was het tijd voor de onvervalste Nollywood Marathon. (Nigeria heeft de 3e grootse film industrie van de wereld).  Het voelde een beetje alsof we 12 uur naar het eerste seizoen van Goede Tijden, Slechte Tijden hebben gekeken, uitgevoerd door je lokale buurttheater (om een indicatie van de acteerkwaliteiten te geven).)  Gelukkig is TV kijken in Nigeria een interactieve bezigheid, dus het beste vermaak in de bus waren de medepassagiers die advies gaven aan de acteurs of opmerkingen maakten wanneer er iets gebeurde in de film (acteur: “I did not kill my brother”, passagier: “are you sure?” of…. acteur: “I love you, I want to marry you”, passagier: “No, don’t do it. She’s in love with your brother”…..)  Altijd gezellig met die Nigerianen.

In Calabar zijn we na een dagje rust op zoek gegaan naar iemand die ons naar Obudu kon brengen. ’s Ochtend om 6.00 uur richting car park om te kijken wie ons mee wil nemen. Gelukkig hadden we al snel een vervoerder die ons wel mee wilde nemen, maar we moesten wel wachten tot de bus vol zat. Na een uur hadden we de bus voor 11 passagiers volgepropt met 15 passagiers en konden we de weg op. Nu was de weg van Calabar naar Obudu er eentje van het kaliber  “nou, eigenlijk liever niet”. Dit, omdat je eigenlijk liever niet op zo’n weg zit. Oké, af en toe een lekker stukje asfalt er tussen, maar dat was eigenlijk te verwaarlozen. Het was vooral hard rijden, nog harder remmen en flink uitwijken voor de kraters (inderdaad, waar zijn de putholes als je ze nodig hebt?) om daarna weer vol gas door te karren. Onderweg ook nog een lekker band, of twee… of drie…. of vier….. nee toch vijf. Dat ging ongeveer zo:

Met een te hoge snelheid door een te diepe krater en een harde knal. 10 Nigerianen die allemaal tegelijk en door elkaar “Jezus, Jezus, Jezus!” roepen. Twee lekke banden in één keer (nr. 1 en 2) Uiteraard maar één reserveband, dus de driver achterop een brommertje, met band, naar het volgende dorp (met het advies van 10 Nigerianen om een nieuwe band te kopen, want deze was wel erg versleten). Na een half uurtje kwam de driver terug met…. dezelfde band, gerepareerd: band dr op en karren maar. Na 20 minuten KNAL! Ja hoor, die band die toch iets te ver was afgesleten en waarvoor eigenlijk een nieuwe band moest worden gekocht, maar toch was gerepareerd, was nu door een volgende krater definitief naar de oude banden hemel gestuurd en dus zaten wij weer in een busje met 10 Jezus- schreeuwende Nigerianen dat hobbelend naar de zijkant werd gestuurd (nr. 3). Nu was de maat eigenlijk wel vol voor alle Nigeriaanse medereizigers en zij wilden dus niet meer het busje in. Wij (blank, spreken geen Nigeriaans) hoorden wel dat ze niet echt tevreden waren met de driver en zijn busje, maar toen we ineens in een auto moesten stappen en ze tegen ons zeiden: “we zien jullie bij het volgende dorp”, begrepen we pas dat het busje was afgekeurd en we op een andere manier verder zouden reizen. Gelukkig was ons vervangend vervoer erg gezellig: 10 man in een oude Citroën gepropt, een gat in de vloer waar de bijrijder zat en een mand gedroogde vis achter ons hoofd. Tot aan… lekke band!

Na 20 minuten was het bij deze auto dus ook raak: lekke band (nr. 4), half uur langs de kant wachten tot het gaatje was geplakt (inderdaad, in Nigeria zit er nog een binnenband in autobanden…). Na een half uurtje weer opgepropt in het wagentje en op weg naar het volgende dorp om weer herenigd te worden met onze eerste driver en de medepassagiers. Het enige probleem was dat wij niet wisten waar we er uit moesten, onze driver dat ook niet wist en we geen contact konden krijgen met onze eerste driver. Wij zijn er uit gezet bij een car park (verkeerde natuurlijk) en op zoek gegaan naar vervangend vervoer. Onderhandelen, weglopen, terug worden geroepen, weer onderhandelen, instappen en rijden maar. Deze keer in  2 uur ,zonder lekke band, naar Obudu…. dat was wel fijn. Aangekomen in Obudu moesten we wederom op zoek naar de volgende driver die ons naar de top van de berg wilde brengen. Een uurtje door de haarspeldbochten, 100 km per uur en geen straatverlichting. Maar voordat we konden beginnen aan de klim…. “My friends, I’m sorry-o. I need to go to the vulcaniser. We have a flat tire”!!! Dat was nummer 5....

Gelukkig zijn we uiteindelijk wel veilig aangekomen in Obudu en hebben we ons daar weer kunnen opladen en voorbereiden op de terugweg. Dat was natuurlijk ook weer een heel avontuur op zich, maar ik denk dat jullie ondertussen wel een beeld hebben van hoe een tripje over de Nigeriaanse wegen er uit ziet....